|
Passages, overgenomen uit CONCEPT
Bestemmingsplan Buitengebied Vlieland
98-71-04 / Buitengebied
Vlieland blz 35, 36 en 37
Artikel 9: Verblijfsrecreatieve doeleinden I
Bestemmingsomschrijving
A. De
op de kaart voor verblijfsrecreatieve doeleinden I aangewezen gronden zijn
bestemd voor:
1. standplaatsen voor tenten en tenthuisjes, waarbij het behoud, het herstel
en de ontwikkeling van de natuur- en landschappelijke waarden wordt
nagestreefd;
2. gebouwen, voor zover ten dienste van het kampeerterrein, ten behoeve
van:
a.
detailhandel;
b.
horecadoeleinden, dienstverlening, recreatie en sociaal-culturele
doeleinden;
c.
personeelsverblijven;
d.
sanitaire voorzieningen;
e. onderhoud en beheer;
f. een bedrijfswoning;
3. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning, met de
daarbijbehorende:
4. sport- en speelterreinen;
5. erven en terreinen;
6. parkeervoorzieningen;
7. voet- en fietspaden;
8. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Bebouwingsbepalingen
B 1 Voor het bouwen van de in
lid A sub 2 onder a tot en met c genoemde gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. de gebouwen zullen uitsluitend worden gebouwd binnen het gebied dat op de
kaart Is voorzien van de aanduiding "gebouwen toegestaan";
b. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen zal ten hoogste 2660 m2
bedragen;
c. de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste 4.00 m bedragen:
d. de dakhelling van een gebouw zal ten hoogste 45° bedragen.
2. Voor het bouwen van de in lid A sub 2 onder d en e genoemde gebouwen gelden
de volgende bepalingen:
a. er zullen ten hoogste 10 gebouwen worden gebouwd;
b. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen zal ten hoogste 1600 m2
bedragen;
c. de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste 4,00 m bedragen;
d. de dakhelling van een gebouw zal ten hoogste 45° bedragen.
3. Voor het bouwen van de in lid A sub 2 onder f genoemde bedrijfswoning
gelden de volgende bepalingen:
a. er zal ten hoogste één bedrijfswoning worden gebouwd;
b. de bedrijfswoning zal uitsluitend worden gebouwd in het gebied dat op de
kaart is voorzien van de aanduiding "bedrijfswoning toegestaan";
c. de oppervlakte van de bedrijfswoning zal ten hoogste 125 m2 bedragen;
d. de goothoogte van de bedrijfswoning zal ten hoogste 3,50 m bedragen,;
e. de dakheiling van de bedrijfswoning zal ten hoogste 45° bedragen;
f. de hoogte van de bedrijfswoning zal ten hoogste 8,50 m bedragen.
4. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen van en bijgebouwen bij de
bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen:
a. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de
bedrijfswoning zal ten hoogste 30 m2 be-dragen;
b. het aantal bijgebouwen zal per bedrijfswoning ten hoogste twee bedragen;
c. de goothoogte van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten hoogste 3,00
m bedragen;
d. de dakhelling van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten hoogste 60°
bedragen.
5. Voor het bouwen van
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
bepaling:
- de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m
bedragen.
Nadere eisen
C. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in de
Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen
van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden gehouden met de
algemene criteria, zoals die zijn opgenomen in artikel 3 lid 2.2.
Vrijstelling van de bebouwingsbepalingen
D. Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het gestelde in de
Beschrijving in Hoofdlijnen, vrijstelling verlenen van:
1. het bepaalde in lid B sub 4 onder a en toestaan dat de gezamenlijke
oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning wordt
vergroot tot ten hoogste 60 m2, mits:
- met name rekening zal worden gehouden met het gestelde in artikel 3 lid 2.2;
2. het bepaalde in lid B sub 4 onder d en toestaan dat de dakhelling van een
aan- en uitbouw of een bijgebouw wordt verhoogd tot 80°, mits:
- met name rekening zal worden gehouden met het gestelde in artikel 3 lid 2.2.
Aanleg vergunningen
E. 1 Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke
vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanleg
vergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en
werkzaamheden uit te voeren:
a. het verwijderen van beplanting;
b. het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden;
c. het aanbrengen van oppervlakte verhardingen, niet zijnde de terrein
ontsluiting, met een oppervlakte van meer dan 10 m2.
2. Het in lid E sub 1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
a. het normale onderhoud betreffen;
b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit
plan.
3. De in lid E sub 1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend met
inachtneming van het gestelde in de Beschrijving in Hoofdlijnen, met name het
gestelde in artikel 3 lid 2.2.
Strijdig gebruik
F. Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 26 lid A, wordt in ieder geval gerekend:
1. het gebruik van de in lid A sub 2 onder a. b. d en e genoemde gebouwen
alsmede vrijstaande bijgebouwen voor bewoning;
2. het storten van puin en afvalstoffen;
3. de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrok-ken) voer-,
vaar- of voertuigen;
4. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak en
bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens deze
bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden;
5. het ontgronden, afgraven en/of egaliseren van duinen.
98-71-04 / Buitengebied Vlieland, blz 41
en 42
4.4.2 Bedrijvigheid
De bedrijvigheid op Vlieland bevindt zich in het dorp Oost-Vlieland of op het
bedrijventerrein Oosterseveld. Plaatsing van nieuwe bedrijvigheid in het
buitengebied is niet wenselijk. Ruimte voor nieuwe bedrijven zal in eerste
instantie worden gezocht op het bestaande bedrijventerrein door herschikking
van de bestaande ruimte voor bedrijven. Er kan een beperkte uitbreiding van
het bedrijventerrein plaatsvinden in noordelijke richting. Het Structuurplan
Visie voor Vlieland geeft hiervoor een zoeklocatie aan de noordzijde. Eén en
ander zal planologisch in een afzonderlijk bestemmingsplan worden afgewogen en
geregeld. Ter informatie kan worden opgemerkt, dat er een projectgroep Is
samengesteld op basis van net Meerjarenplan Versterking Economische
Infrastructuur. Deze projectgroep houdt zich bezig met de herinrichting en
uitbreiding van het bedrijventerrein en de jachthaven.
Wat betreft de overige bedrijvigheid in het buitengebied het volgende. Een
voormalige vuilstortplaats, die in het vigerende plan nog een
dienovereenkomstig bestemming had, is niet meer in gebruik.
In het bestemmingsplan heeft het inmiddels afgedekte terrein een
natuurbestemming. Dit moet mede in samenhang worden gezien met het basispakket
compensatie, dat in de vorige paragraaf is genoemd.
4.4.3 Recreatie en toerisme
- Verblijfsrecreatie -
Van de verblijfsrecreatie neemt het kampeerterrein Stortemelk binnen het
plangebied een belangrijke plaats in. Bij de gemeente is door de Stichting
Recreatiebelangen Vlieland een Ontwikkelingsvisie/investeringsplan ingediend. Het Structuurplan Visie voor Vlieland geeft de randvoorwaarden en de globale
ontwikkelingsrichting, waarbinnen dit plan beoordeeld kan worden. Het
structuurplan vermeldt dat het kampeerterrein belangrijk voor de eilander
economie is, maar dat de exploitatie onder druk staat. De gemeentelijke
randvoorwaarden voor een toekomstige ontwikkeling omschrijft het structuurplan.
De stichting dient met een bedrijfsplan de economische bedrijfsvoering en de
daarmee gepaard gaande noodzakelijke maatregelen aan te tonen, waarbij
achtereenvolgens moet worden onderzocht:
1. welke mogelijkheden bestaan er binnen het huidige ruimtebeslag, met welke
aantallen en vormen van kampeermiddelen, dan wel met andere vormen van
kamperen;
2. welke mogelijkheden voor uitbreiding kunnen worden geboden door een
beperkte areaaluitbreiding en/of uitbreiding met aantallen kampeermiddelen en
in welke mate zijn deze uitbreidingen noodzakelijk. Het structuurplan geeft
randvoorwaarden aangaande de locatie en de omvang;
3. welke mogelijkheden voor verbetering van de exploitatie kunnen worden
geboden door middel van vervanging van kampeermiddelen door recreatiewoningen,
dan wel uitbreiding met recreatiewoningen. Ook hierbij geeft het structuurplan
randvoorwaarden aangaande de aard omvang en kwaliteit.
Uit de recente ontwikkelingen blijkt dat de onder 1. bedoelde stap vorm heeft
gekregen door de introductie van huurtenten, die alleen gedurende het
zomerseizoen gebruikt mogen worden. Het kiezen voor zowel toer- als
stacaravans wordt ruimtelijk en landschappelijk ongewenst geacht.
Ook kent dit voornemen nadelen aangaande de aanblik en dan mindere verhuurbaarheid. Ook zijn op meerdere terreinen kwaliteitsverbeteringen
bereikt: verbetering van de infrastructuur, aanleg van elektra, verbeteringen
van toilet voorzieningen en opwaardering van De Bolder.
De onder 2. beoogde stap, waar het gaat om de plaatsing van kampeer-middelen /
caravans in het aangrenzende bosgebied, is eveneens ongewenst. Gelet hierop
heeft de Stichting Recreatiebelangen Vlieland haar voorkeur uitgesproken voor
de plaatsing van luxere trekkershutten, houten recreatie woningen met een
landelijke uitstraling. De raad heeft dit verzoek te zijn gemeenteraad van 25
november 2002 behandeld en daarmee in feite een afweging conform stap 3 gedaan.
De raad heeft onder een aantal randvoorwaarden aan het verzoek medewerking
toegezegd.
De planologische vertaling vindt in een apart bestemmingsplan plaats, dat in
2003 in voorontwerp gereed komt. Daarbij zal tevens worden nagegaan of ter
compensatie een zeker deel van het huidige kampeerterrein weer als duinterrein
kan worden bestemd.
Voor dit bestemmingsplan betekent één en ander dat vooralsnog de camping in
zijn huidige omvang wordt inbestemd, Waar nodig wordt ruimte geboden voor een
(verdere) kwaliteitsverbetering op het bestaande terrein. Een toekomstige
ontwikkeling als hierboven weergegeven, wordt evenwel uitdrukkelijk
opengehouden. Een afweging van alle relevante belangen vindt plaats in een
apart bestemmingsplan. Voorts kan worden opgemerkt dat het aanwezige gebruik
in het licht van de Vogel- en Habitatrichtlijn aanvaardbaar wordt geacht.
Afgezien van wat reeds in de beleidskeuzes is aangegeven, wordt gewezen op het
seizoensgebonden gebruik en op de afname van de recreatieve druk.
Ten aanzien van camping Lange Paal wordt in de lijn van het structuurplan een
stabiliserend beleid voorgestaan: alleen tenten worden toegestaan, er wordt
niet voorzien in uitbreiding van de beddencapaciteit en evenmin in de
realisering van gebouwde verblijfseenheden.
Voor de binnen het plangebied vallende accommodaties
Eureka en Doniahuis
wordt ingezet op handhaving van de aanwezige functie, het stabiliseren van de
aanwezige capaciteit en het bieden van mogelijkheden van kwaliteitsverbetering.
Voor het Posthuis en omliggende bebouwing geldt het volgende beleid:
- In het kader van het compensatiebeleid wordt afgezien van de ontwikkeling
van het verblijfsrecreatieve complex "Eidereend". Voor het complex met een
beoogd aantal van 30 logiesplaatsen, is bouwvergunning verleend, maar deze
wordt niet benut nu de gemeente de erfpachts- en bouwrechten heeft verworven;
98-71-04 / Buitengebied Vlieland, blz 59,
60 en 61
6.2.2 Bosgebied
Aan de bestaande bosgebieden is de bestemming "Bosgebied" toegekend. Bij de
bossen is bescherming van de bosgroeiplaats uitgangspunt. Naast de functie die
deze gebieden voor natuur (flora en fauna) en landschap bezitten, is bij
bossen in bescheiden mate sprake van een productiefunctie (houtoogst). Ook
hebben de bossen een functie voor recreatief medegebruik. Tenslotte is er met
name in de vorm van de aanwezigheid van naaldbomen sprake van
cultuurhistorische waarden. Zoals in het beleidshoofdstuk opgemerkt, is de
functie voor natuur en landschap binnen de bossen primair.
Ook binnen de bestemming "Bosgebied" ligt een deel van het waterwingebied;
vandaar voor dit deel de aanduiding "waterwingebied toegestaan". Meer in het
bijzonder ligt aan de westkant van de Torenweg een locatie met bebouwing ten
behoeve van de waterwinning. Door middel van de aanduiding "gebouwen
toegestaan" (zie ook plankaart, detail 1) wordt hier de bebouwing voor de
waterwinning, -productie en -distributie geregeld.
Voor de eendenkooien als specifieke landschapselementen, zoals die aanwezig
zijn ter plaatse van de Oude Kooi en de Nieuwe Kooi, geldt dat tevens de
cultuurhistorische waarden worden beschermd. Overigens vindt ook hier een op
natuur gericht beheer plaats. Voorts is een bijbehorend gebouwtje toegestaan.
Net als bij de bestemming "Natuurgebied" is ook bij de bestemming "Bosgebied"
een aanlegvergunning opgenomen ter bescherming van de aanwezige waarden. In
het toekomstig beheer worden door Staatsbos-beheer voor de komende jaren geen
ingrijpende maatregelen verwacht.
Binnen het bos ten noorden van het dorp liggen een ijsbaan en een voetbalveld.
Binnen de basisbestemming zijn deze aangeduid. Het huidige gebruik kan worden
voortgezet.
OVERIGE BESTEMMINGEN
6.2.3 Woondoeleinden
Binnen het plangebied komt, in zeer beperkte mate een enkele woning voor. Het
betreft de woonbestemming bij het Posthuis, aanvankelijk een dienstwoning,
thans echter een zelfstandige woning. Ook komt de woonbestemming voor nabij
Oude Kooi, Lange Paal en het Vuurboetsduin.
Het bestemmingsplan geeft ruimte voor kwaliteitsverbetering. De regeling voor
bijgebouwen (30 m2 bij recht, 60 m2 bij vrijstelling) is de voor Vlieland
gebruikelijke bijgebouwenregeling.
6.2.4 Militaire doeleinden
Het terrein van het cavalerieschietkamp is apart bestemd. De omvang van de
bestemming is afgestemd op de aanwezige situatie; wat dat betreft sluit de
regeling ook aan bij die van het vigerende plan.
De tot de basis behorende bebouwing, terreinen, installaties en
ontsluitingswegen zijn binnen bestemming meegenomen. Wat betreft de regeling
van de onveilige zones rond het schietterrein en de veiligheidszones rond de
munitieopslag van het cavalerieschietkamp, wordt verwezen naar de toelichting
op de aanvullende bestemmingen, later in deze paragraaf.
6.2.5 Zomerhuizen
Enkele zomerhuisjes (omgeving Posthuis) zijn apart bestemd, gelet op hun
verbiijfsrecreatieve functie (de complexen Duinkersoord, Vliepark en
Ankerplaats vallen buiten dit plangebied). De regeling is afgestemd op de
gebruikelijke maatvoering voor zomerhuizen in de gemeente, zoals die ook in
het bestemmingsplan voor de terreinen Duinkersoord - Vliepark - Ankerplaats
wordt toegepast.
6.2.6 Verblijfsrecreatieve doeleinden l
Het kampeerterrein Stortemelk is onder de bestemming "Verblijfs-recreatieve
doeleinden" geregeld.
De Stichting Recreatiebelangen Vlieland werkt aan plannen voor verbetering
van het kampeerterrein Stortemelk en heeft recent al verschillende
verbeteringen uitgevoerd. Bij de vaststelling van het structuurplan Visie voor
Vlieland heeft de gemeenteraad aangegeven binnen welke randvoorwaarden een
verdere ontwikkeling van het kampeerterrein Stortemelk kan plaatsvinden. Nu
met dit Bestemmingsplan Buitengebied onder meer de regeling van het
kampeerterrein Stortemelk aan de orde is, dient de planologische vertaling van
het gemeentelijk beleid plaatste hebben. In hoofdstuk 4.4.3 is daar reeds
uitvoerig op ingegaan.
De planologisch-juridische regeling is getrapt:
- aan fase 1 van het "Herstructureringsplan Stortemelk" wordt binnen de
bestemming "Verblijfsrecreatieve doeleinden l" ruimte geboden. Meer concreet
gaat het om de verbetering van de verschillende voorzieningen en
personeelsverblijven op het kampeerterrein, verbeteringswerkzaamheden aan de
infrastructuur en modernisering van gebouwen. De gemeenteraad heeft ten
aanzien van dit gedeelte van het herstructureringsplan haar medewerking
verleend bij besluit van 28 augustus 2000. Diverse van deze verbeteringen zijn
inmiddels uitgevoerd.
Voor de bebouwing kent het bestemmingsplan twee aanduidingen:
- een aanduiding "gebouwen toegestaan" voor de gebouwen met een
dienstverlenende en/of sociaal-culturele functie voor de camping, zoals de
kampwinkel en 'De Bolder", alsmede voor het personeelsgebouw;
- een aanduiding "bedrijfswoning toegestaan" voor de aanwezige
beheerderswoning.
Daarnaast worden de verspreid over de camping liggende toiletgebouwen via een
aparte bebouwingsregeling geregeld.
- een tweede fase (een mogelijke uitbreiding van het kampeerterrein) maakt
geen deel uit van dit bestemmingsplan.
Als fase 1 is afgerond, kan ten behoeve
van de beoogde kwaliteitsverbetering van het kampeerterrein voor een gebied
aansluitend bij het kampeerterrein een zekere uitbreiding aan bod komen. De
afweging vindt plaats via een aparte bestemmingsplan/ (zie eerder hoofdstuk
4).
6.2.7 Verblijfsrecreatieve doeleinden II
Met de bestemming "Verblijfsrecreatieve doeleinden II" wordt camping Lange
Paai geregeld. Overeenkomstig de beleidskeuze in het vorige hoofdstuk wordt
een stabiliserend beleid voorgestaan: de huidige omvang is uitgangspunt en
het gaat om een kampeerterrein voor alleen tenten.
6.2.8 Verblijfsrecreatieve doeleinden III
Deze bestemming heeft betrekking op enkele specifieke verblijfsfuncties:
appartementenfuncties, kamphuizen, e.d.. Het gaat om de complexen Eureka en
Doniahuis, getogen ten noorden van de kern Oost-Vlieland.
6.2.9 Horecabedrijven
De bestemming "Horeca bedrijven" heeft betrekking op de horeca voorziening in
het plangebied. Dit betreft "Het Posthuys" op het westelijk deel van het
eiland. Het gebouw heeft cultuurhistorische waarden, reden waarom
in de bestemmingsregeling is aangegeven dat het beleid gericht is op de bescherming
van de karakteristieke hoofdvorm.
6.2.10 Vuurtoren
De vuurtoren met bijbehorend terreinen en erven, is onder een
dienovereenkomstige bestemming gebracht,
6.2.11 Molen
Aan de Willem de Vlaminghweg komt de bestemming "Molen" voor (overeenkomstig
de artikel 19-procedure van eind 1996). Het gaat hier om de bouw van een
historische, achtkanter windmolen met expositieruimte. De expositieruimte
wordt overigens als souterrain voorzien. Ten aanzien van de natuurlijke en
landschappelijke consequenties kan het volgende worden opgemerkt. De molen is
voorzien in een gebied op korte afstand benoorden de Willem de Vlaminghweg.
Het gaat ruimtelijk om een op zichzelf staande locatie, hetgeen passend moet
worden geacht bij de functie van de molen. Desalniettemin ligt de locatie wel
in een gebied direct bij het dorp.
In ecologische zin gaat het om een ouder binnenduinterrein, gelegen tegen de
dorpsrand aan, dat geen specifieke waarden bezit.
98-71-04 / Buitengebied Vlieland,
blz 68, 69, 70
8. OVERLEG EN INSPRAAK
8.1. Overleg
In het kader van het wettelijk verplichte overleg op grond van artikel 10 van
het Besluit op de ruimtelijke ordening, is het voorontwerp Bestemmingsplan
Vlieland Buitengebied om reactie voorgelegd aan:
1. de Commissie van Overleg in de provincie Fryslân, met daarin
vertegenwoordigd:
-
de Directeur van de Hoofdgroep Ruimte en Milieu van de provincie Fryslan;
-
het hoofd van de afdeling Ruimtelijke Plannen van de Hoofdgroep Ruimte en
Milieu van de provincie Fryslân (secretaris);
-
de Hoofdgroep Bestuur, Economie, Welzijn & Vervoer van de provincie Fryslân;
-
het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te Groningen;
-
de Inspectie VROM te Groningen:
-
de Hoofd Ingenieur-Directeur van Rijkswaterstaat te Leeuwarden;
-
de Rijksconsulent Economische Zaken voor Groningen, Friesland en Drenthe te
Groningen;
2. het Wetterskip Fryslân te Leeuwarden;
3. NUON Divisie Water te Leeuwarden;
4. Essent te Leeuwarden;
5. KPN Telecom, UTN Leidingbeheer te Zwolle:
6. KPN Leidingbeheer Universeel Transportnet te Apeldoorn;
7. het Ministerie van Defensie te Meppel;
8. Gastransport Services te Deventer.
In het navolgende worden de reacties (opgenomen in bijlage 4) samengevat en
voorzien van gemeentelijk commentaar.
Ad 1. de Commissie van Overleg
Bij brief van 19 augustus 2002 maakt de provinciale Commissie van Overleg (CvO)
de volgende opmerkingen over het voorontwerp.
• uitbreiding Stortemelk
In het voorontwerp is een uitbreiding opgenomen voor camping Stortemelk in
het bosgebied. De uitbreiding is gelegen binnen de Ecologische Hoofdstructuur
en binnen Habitat- en Vogelrichtlijngebieden. Hier binnen zijn nieuwe
ontwikkelingen in principe niet mogelijk. In de provinciale beleidsnota
Recreatie en Toerisme 2001-2010 zijn geringe capaciteitsuitbreidingen als
uitvloeisel van kwaliteitsverbetering in de hele provincie mogelijk mits een
bedrijfsontwikkelingsplan de kwaliteitsverbetering onderbouwt.
In het eigen
gemeentelijk structuurplan is een uitbreiding van het kampeerterrein opgenomen.
De CvO staat vervolgens stil bij de reactie van Gedeputeerde Staten op het
structuurplan. Daarin wordt erkend dat de exploitatie van Stortemelk versterkt
dient te worden. Aan een verbrede doelstelling, namelijk verbreding van
Stortemelk ten behoeve van het totale eilander product, hebben Gedeputeerde
Staten twijfels. Resumerend: "wij stemmen in met de gekozen aanpak, hebben ook
duiding gegeven van onze denkrichting, maar achten het niet opportuun om op
dit moment een uitspraak te doen over de aanvaardbaarheid van de uitkomst van
het te doorlopen proces."
Reactie: Een mogelijke uitbreiding van camping Stortemelk was in het
voorontwerp van het bestemmingsplan gekoppeld aan toepassing van een
afzonderlijke wijzigingsbevoegdheid. Daarbij zouden onder meer de
randvoorwaarden in acht moeten worden genomen die de raad eerder in het
structuurplan had vastgesteld.
In de vergadering van 25 november 2002 heeft de gemeenteraad uitvoerig de
ontwikkeling van Stortemelk behandeld. De raad heeft zich in principe op het
standpunt gesteld dat een uitbreiding van het terrein met een 50-tal huisjes
mogelijk zou moeten zijn. Dit uiteraard wel binnen gemeentelijk te stellen
randvoorwaarden.
Gelet op de wenselijkheid om deze randvoorwaarden planologisch zo goed
mogelijk te vertalen, wordt er thans van uitgegaan de gewenste
ontwikkelingsruimte voor Stortemelk via een apart partieel bestemmingsplan te
regelen. Zo kan een volledige planologische afweging het beste plaatsvinden.
Het Bestemmingsplan Buitengebied bevat dus thans geen wijzigingsbevoegdheid
meer om de huisjes te kunnen realiseren. Wèl is de intentie zoals de raad die
in november 2002 heeft aangegeven in de toelichting opgenomen. Het ligt in de
bedoeling om in 2003 met een ontwerp-bestemmingsplan voor een uitbreiding van
de camping te starten. Opgemerkt zij dat, waar in het licht van een gewenste
uitbreiding elders op de camping duinterrein zal worden "teruggegeven", dit
eveneens in de partiële herziening wordt betrokken. Vooralsnog wordt in dit
Bestemmingsplan Buitengebied uitgegaan van de aanwezige omvang van het
kampeerterrein. Zie ook hoofdstuk 4.4.3. van de toelichting.
De CvO constateert voorts dat er de afgelopen jaren op de camping al een
proces van kwaliteitsverbetering in gang is gezet. Gegeven de ruimtelijke
onderbouwing, het ontbreken van zowel een bedrijfsontwikkelingsplan als een
evaluatie van de kwaliteitsverbetering binnen het bestaande areaal, meent de
Commissie dat de noodzaak om nu de planologische mogelijkheid te creëren voor
zomerhuizen, niet voldoende is aangetoond.
Reactie: De reservering zoals die in het voorontwerp was gedaan, vloeide
inderdaad voort uit het Structuurplan Vlieland. Deze was binnen het totale
stabilisatie- en kwaliteitsbeleid aangegeven.
In dat licht is bepaald wat de
mogelijkheden op en rond het kampeerterrein Stortemelk zouden moeten zijn.
Omdat thans de nadruk ligt op maatregelen op de camping, wordt in dit
bestemmingsplan, zoals opgemerkt, afgezien van het opnemen van een
planologische regeling voor uitbreiding, ook al was deze gebonden aan een
wijzigingsbevoegdheid.
• Regeling camping Stortemelk
De CvO constateert dat binnen de gegeven bestemming "Verblijfsrecreatieve
doeleinden l" geen aanlegvergunningenstelsel is opgenomen. Dat acht de
Commissie wel noodzakelijk, om daarmee bescherming te bieden aan de natuur- en
landschapswaarden.
Reactie: In het voorontwerp was overwogen dat door rechtstreekse afspraken
tussen de camping en Staatsbosbeheer in voldoende mate ongewenste ingrepen
zouden kunnen worden voorkomen. De praktijk van de afgelopen jaren heeft dat
ook aangetoond. Die gang van zaken was ook ontstaan omdat in het vigerende
Bestemmingsplan Vlieland Buitengebied geen aanlegvergunningenstelsel was
opgenomen.
Thans is overwogen dat deze lijn in de praktijk goed werkt; anderzijds is,
zoals de Commissie vaststelt, er sprake van een verschil in regeling met de
overige verblijfsrecreatieve bestemmingen.
Deze aspecten afwegende, is thans besloten om een aanlegvergunningenstelsel
toe te voegen. Werkzaamheden die betrekking op normaal onderhoud en beheer
hebben, zijn - zoals steeds in het aanlegvergunningenstelsel - hiervan
uitgesloten. Ten opzichte van de huidige situatie worden geen sterke
beperkingen verwacht.
Wat betreft de toelaatbare bebouwing is het de CvO niet duidelijk welke
bebouwing er momenteel is. Aan een verdubbeling van de uitbreidingsruimte wil
de Commissie op voorhand niet meewerken. Bovendien verdient het aanbeveling om
de verschillende functies op de kaart aan te duiden.
Reactie: In de toelichting (bijlage 2) is een overzicht gegeven van de
aanwezige bebouwing en hun functie. Daarbij is rekening gehouden met de
bebouwing die op grond van artikel 19-procedures is gerealiseerd. Er is geen
sprake van een verdubbeling van uitbreidingsruimte. Bovendien is het centrale
deel van het kampeerterrein door middel van een uitsnede op de plankaart
weergegeven. De bebouwingsregeling voor de centrale voorzieningen wordt
daarmee verduidelijkt.
• Fietspaden
Wat betreft een fietspad tussen de Fortweg en de Badweg (benoorden Stortemelk)
verwijst de CvO naar een eerder opgenomen positief standpunt van Gedeputeerde
Staten (brief 19 mei 2000). De CvO verwijst aangaande een eventueel oprolbaar
fietspad tussen het Pad van Zes en het Reddingboeipad eveneens naar een
brief van GS.
98-71-04 / Buitengebied Vlieland,
blz 76 en 77
8.2. Inspraak
1. Staatsbosbeheer, Regiohoofd Fryslân
Bij brief van 3 mei 2002 worden de volgende punten naar voren ge-bracht.
1. De ontwikkelingen rond Stortemelk
Een economisch rendabele exploitatie van camping Stortemelk en
kwaliteitsverbeterende maatregelen ten dienste daarvan worden ondersteund. Om
dat onder meer te bereiken door de bouw van zomerhuisjes in het bos, zal een
extra afweging vragen. Daarbij moet ook gekeken worden naar wat elders aan
natuurwinst is te behalen. Het opnemen van een bestemmingswijziging wordt
prematuur geacht.
Reactie: in de beantwoording van de Commissie van Overleg is aangegeven dat de
wijzigingsbevoegdheid voor de bouw van eventuele zomerhuisjes in het bos
achterwege blijft. Een dergelijke ontwikkeling zal via een partiële
planherziening, met afweging van alle planologisch relevante aspecten, zijn
beslag krijgen. Zie overigens ook de plantoelichting.
2. Nieuwe woningbouwplannen
Ten aanzien van nieuwe woningbouw hecht Staatsbosbeheer eraan te benadrukken
dat dat in principe alleen in het bos mogelijk zou moeten zijn.
Reactie: Het Bestemmingsplan Buitengebied regelt niet de nieuwbouw voor het
eiland. Daarvoor moet een aparte procedure worden gevolgd. Van de opmerking
van Staatsbosbeheer wordt kennis genomen.
3. Bedrijvigheid
Voor uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijventerrein Oosterseveld ligt de
oostelijke richting meer voor de hand dan de noordelijke. Het lijkt
Staatsbosbeheer verstandig daar nu al op te anticiperen.
Reactie: Het bestemmingsplan spreekt in de toelichting over een mogelijke
uitbreiding van het bedrijventerrein, maar geeft tegelijk aan dat deze zijn
beslag via een aparte planologische regeling krijgt. Daarin zal tevens de
oostelijke richting worden meegewogen. Voorzover de tekst in de Toelichting
verwijst naar de uitbreidingsrichting, vindt een aanpassing in de tekst plaats.
4. Vrijstellingsbevoegdheden B & W
Een uitbreidingsruimte voor zomerhuisjes van 10% wordt ongewenst geacht.
Reactie: Ook de gemeente heeft niet willen insteken op een substantiële
uitbreiding. De bepaling is voor zover nodig aangepast.
5. GSM-antennes
De te bouwen C2000 mast zal geen gebruik voor GSM-verkeer kennen.
Staatsbosbeheer vraagt zich af of het mogelijk/wenselijk is hoe op Vlieland
met GSM-antennes moet worden omgegaan?
Reactie: De toelichting is hierop aangevuld. Uitgegaan wordt van een
C2000-mast op het Vuurboetsduin (die relatief laag kan zijn omdat het duin al
hoog is) en mogelijk een op het militair terrein.
6. Fietspaden
In de tekst is sprake van een nieuw fietspad ten noorden van Stortemelk,
maar dit is niet op de kaart aangegeven.
Reactie: Het voorontwerp gaf op de gebiedsvisiekaart een tweetal nieuwe
fietstracé's aan, die voortvloeiden uit het structuurplan; een fietspad aan de
noordoostzijde van Stortemelk en een (oprolbare) fietsverbinding tussen het
Pad van Zes en het Reddingbootpad. Van dat laatste wordt thans afgezien, voor
het eerste wil dit bestemmingsplan de ruimte houden. Hoewel een mogelijke
aanleg op langere termijn speelt, kan via een wijzigingsbevoegdheid binnen de
bestemming "Natuurgebied" hierin worden voorzien.
7. Natuurcompensatie
In de toelichting wordt gesproken over sanering van de vuilstortplaats. Staatsbosbeheer vraagt zich af of met het aanbrengen van een afdeklaag in
voldoende mate sprake is van sanering.
Reactie: Tot volledige sanering is het nog niet gekomen, wel
is het terrein
inmiddels landschappelijk afgedekt.
8. Bestemming zomerhuizen
Staatsbosbeheer is blij met een bestemming "Zomerhuizen" op het gebouw De Zwaluw.
2. Vereniging Vrienden van Stortemelk Vlieland (VVSV)
De VVSV brengt in haar brief een visie naar voren over de doelstellingen van het kampeerterrein Stortemelk en directe omgeving. De VVSV is voorstander van
een rendabele bedrijfsvoering van de camping, omdat dit de basis is voor het
voortbestaan. Areaaluitbreiding ten koste van het bos vindt men echter
ongewenst.
Reactie: In het voorontwerp van het Bestemmingsplan Buitengebied was een
mogelijkheid opgenomen om via een aparte wijzigingsmogelijkheid in het plan
de aangrenzende bosgronden de wijzigen in een verblijfsrecreatieve bestemming.
Eén en ander als voortvloeisel van het enige jaren geleden vastgestelde structuurplan "Visie voor Vlieland.
|