Oost-Vlieland, 30 augustus 1999
AAN
Het bestuur van de Stichting Recreatiebelangen Vlieland (SRV)
t.a.v. de heer H. Westers, voorzitter
Badweg 3
8899 BV Oost-Vlieland
Betreft: reactie Herstructureringsplan Stortemelk
Geacht bestuur,
Volgens afspraak reageren wij hierbij op het Herstructureringsplan Stortemelk.
Met u is afgesproken dat wij dat nog in de maand augustus zouden doen: bij dezen.
Te uwer informatie: wij zenden onze reactie ook aan het gemeentebestuur van Vlieland, Staatsbosbeheer, het ministerie van LNV en de provincie Fryslân.
Wij reageren op het plan van 31 juli jl., omdat u tijdens de voorlichtingsavond op woensdag 11 augustus jl. hebt aangegeven dat het plan d.d. 27 mei jl. van tafel is, en voorts dat het plan van 31 juli uw visie als bestuur van de SRV weergeeft waar het gaat om plannen voor herstructurering van het kampeerterrein Stortemelk.
Het is u inmiddels duidelijk dat onze reactie als achtergrond heeft onze grote betrokkenheid bij het kampeerterrein Stortemelk alsmede het eiland Vlieland, en onze bezorgdheid over de gevolgen van de herstructureringsplannen daarvoor. Wij verwijzen naar de voorlichtingsavond, naar het grote aantal kampeerders dat tevoren het plan had aangeschaft (ruim 400), naar de grote opkomst bij de voorlichtingsavond op woensdag 11 augustus jl. (ongeveer 300 kampeerders waren aanwezig inclusief een aantal Vlielanders) en naar de unaniem-kritische ondertoon van de vraagstelling deze avond.
Wij zijn dan ook van mening dat onze reactie op het herstructureringsplan een goede weergave is van wat er tot nu aan vragen en punten van kritiek naar voren is gebracht, mede gelet op onze contacten tijdens het inzamelen van
handtekeningen en het werven van leden voor de vereniging.
Zoals u weet vormen de herstructureringsplannen de directe aanleiding voor het oprichten van de Vereniging Vrienden van Kampeerterrein Stortemelk Vlieland. De statutaire doelen van de vereniging zijn o.a. het in algemene zin behartigen van de belangen van de kampeerders van Stortemelk, alsmede de instandhouding en het behoud van het kampeerterrein en het omliggende landschap.
Wat de status van de vereniging betreft: er is op 21 juli jl. een bijeenkomst geweest, waarbij vijftien leden de vereniging formeel hebben opgericht. De statuten liggen op dit moment bij de notaris die ze op korte termijn zal laten passeren. Op dit moment hebben 556 mensen aangegeven dat ze lid van de vereniging willen zijn.
Volledigheidshalve voegen wij hierbij twee mappen met in totaal 2.387 handtekeningen die wij de afgelopen vijf, zes weken hebben ingezameld tegen de herstructureringsplannen voor Stortemelk. Wij hebben dat vooral gedaan tijdens drie braderieën en op het kampeerterrein.
Een paar conclusies die wij trekken uit de handtekeningen die zijn ingezameld tégen de
plannen:
-
Van deze 2.387 mensen die een handtekening hebben gezet, hebben 1.997 aangegeven dat zij Stortemelk-kampeerders zijn (84%). Zij hebben een gemiddelde kampeerduur van 14,55 jaar (!). Zij weten dus waar zij over praten als het gaat om het kampeerproduct
Stortemelk;
-
Bij de overige 16% van de mensen die hun handtekening hebben gezet gaat het om o.a. om mensen die op Lange Paal kamperen, die uit de jachthaven komen, Vlielanders en mensen die misschien óók Stortemelk-kampeerders zijn maar dat níet hebben aangegeven (vooral in het begin van de handtekeningen-actie werd hier minder naar
gevraagd);
-
Het is overduidelijk (ook uit hun persoonlijke reacties) dat de 1.997 Stortemelk-kampeerders die hun handtekening hebben gezet, tevreden zij over het kampeerproduct Stortemelk, en geen veranderingen wensen die afbreuk doen aan dat product. Dat geldt met name als het gaat om zaken als electriciteit bij de tent, afgepaalde, genummerde en afgevlakte tentplaatsen
enz.;
-
Aardig te vermelden vinden wij dat er 220 mensen zijn die hun handtekening hebben gezet die hebben aangegeven dat zij dit jaar voor het éérst op Stortemelk kamperen. Kennelijk geldt ook voor hen dat zij tevreden zijn over het kampeerproduct
Stortemelk;
-
Bij nagenoeg alle reacties van mensen die hun handtekening hebben gezet gaat het niet uitsluitend om het belang van het eigen kampeerbed op Stortemelk, maar met name óók om de waarden van het eiland: de natuur, de rust en de betrekkelijke
kleinschaligheid;
-
Er zijn 57 Vlielanders geweest die hun handtekening hebben gezet. Er zijn óók Vlielanders geweest die naar ons toe hebben aangegeven dat zij de actie steunen, maar om persoonlijke reden hun handtekening níet willen zetten. En aangegeven is dat door de kampeerders onvoldoende duidelijk is gemaakt dat Vlielanders (naast Stortemelk-kampeerders) hun handtekening konden zetten; zij hadden dat óók willen
doen.
Zowel uit het ledental van de vereniging als uit de ingezamelde handtekeningen blijkt de grote betrokkenheid van mensen bij de instandhouding van kampeerterrein Stortemelk (zoals dat nu is) en bij de ontwikkelingen op het eiland Vlieland.
Wij geven onze reactie op het Herstructureringsplan puntsgewijze:
1.
Wij zijn van mening dat in het plan op blz.3 veel te snel wordt toegeschreven naar scenario 2 d.w.z. toevoeging van vaste accommodatie (bungalows) aan het kampeerterrein. De noodzakelijkheid van dit scenario wordt onvoldoende met feiten onderbouwd.
Volgens het plan (blz.3) is de belangrijkste reden om tot uitbreiding met bungalows te komen dat het aanbieden van het kampeerproduct Stortemelk in zijn huidige opzet geen toekomst zou hebben. Wij vinden die conclusie uiterst mager
onderbouwd:
- wij hebben geen inzicht in de exacte verlies- en winstcijfers van de afgelopen jaren en vooral de wijze waarop deze tot stand zijn gekomen. Het financiële overzicht op blz.3 van het plan is uiterst minimaal qua informatie. Het laat bovendien zeer grote verschillen zien in de
exploitatie-tekorten van de afgelopen negen jaar. Wij zouden graag meer inzicht hebben als het gaat om de werkelijke oorzaken van de genoemde tekorten, en de maatregelen die in het verleden zijn genomen om deze tekorten weg te
werken;
- wat zijn nu de werkelijke resultaten van kampeerterrein Stortemelk? Niet duidelijk is bijvoorbeeld wat de afgelopen jaren de exacte cijfers m.b.t. de Ankerplaats en m.b.t. het kampeerterrein zijn geweest. Zijn de financiële administraties van de Ankerplaats en van Stortemelk gescheiden geweest;
- Kan het zijn dat wellicht een onevenredig deel van de kosten van exploitatie van de Ankerplaats op de exploitatiebegroting van de Stichting heeft gedrukt? In ieder geval valt ons op dat het exploitatietekort vorig jaar, toen de Ankerplaats is verkocht, is gedaald met de helft c.q. twee derde ten opzichte van de daaraan voorafgaande twee jaren. Waarom is er niet structureel in de 31 bungalows van de Ankerplaats geïnvesteerd in plaats van dit bungalowpark te verkopen per 1 april vorig jaar?
- Als er al sprake is van tekorten t.a.v. Stortemelk, dan kunnen die voor de korte termijn toch worden gedekt door de rente van het eigen vermogen? Een deel van de winst uit de verkoop van de Ankerplaats kan misschien worden gebruikt om het kampeerterrein de eerstkomende jaren onderhoudsvrij te maken, om een sociaal plan te maken (zodat ook de personeelskosten verminderd kunnen worden) en/of voor versnelde aflossing van uitstaande geldleningen. In ieder geval is er, gelet op de bestaande financiële reserves van de stichting, tijd voor een gedegen
besluitvormingstraject;
- Waar het gaat om achterstallig onderhoud: hoe is dit opgebouwd? Wat moet er werkelijk worden geïnvesteerd en
waarin?
Wij begrijpen absoluut niet waarom een kampeerterrein als Stortemelk met financiële tekorten zou moeten draaien.
Om dit te kunnen vaststellen hoeft alleen maar te worden gelet op de informatie die het plan zelf geeft: 70% van de kampeergasten van Stortemelk is herhalingsgast en komt ieder jaar terug en er zijn bovendien veel vaste inkomsten door verhuur van seizoensplaatsen voor tenten en tenthuizen.
Zie ook blzz. 8 en 9 van het plan: het basisvergelijkingstarief van Stortemelk is hoger dan gemiddeld, terwijl de oppervlakte van tentplaatsen en het voorzieningenniveau lager is dan gemiddeld enz.
Wij vinden het van groot belang dat op korte termijn in ieder geval het kampeerterrein weer tot een gezond bedrijf wordt gemaakt, en dat dat een zelfstandig doel wordt, losgekoppeld van de besluitvorming over het Herstructureringsplan.
Wij hebben kennis genomen van uw mededeling tijdens de voorlichtingsavond dat er dit najaar een reorganisatie zal worden gestart, met als doel te komen tot een gezond kampeerterrein.
Wij zullen graag op de hoogte worden gesteld van de concreet te nemen maatregelen.
Wij gaan ervan uit dat er een personeelsplan zal komen in relatie tot een nieuw managementconcept, dat aan de positie van
De Bolder apart aandacht zal worden besteed en dat ook de overige kostenposten kritisch bekeken zullen worden. Het lijkt ons een goede zaak als bij e.e.a. de kennis en deskundigheid van bedrijfseconomen gevraagd wordt.
Uw mededeling op 11 augustus jl. dat scenario 1, Stortemelk als zelfstandig kampeerterrein, voor u een gepasseerd station is, betreuren wij.
Nogmaals: wij vinden het essentieel dat de mogelijkheden voor sanering van de exploitatie van uitsluitend het kampeerterrein wordt onderzocht.
Wij zijn dan ook zeer benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek dat Staatsbosbeheer hiernaar laat doen. Wij hebben de indruk dat Staatsbosbeheer uitsluitend zal willen meewerken aan plannen om kampeerterrein Stortemelk uit te breiden met (een zeer beperkt aantal) huizen, als dat absoluut noodzakelijk is om het kampeerterrein economisch rendabel te exploiteren.
Wij wijzen er nog op dat van scenario 1 in het plan overigens wordt vastgesteld dat een rendabele exploitatie haalbaar is, met de nodige organisatorische aanpassingen.
Wij bieden u een aantal alternatieven. Naast de in het plan genoemde nogal negatief uitpakkende opties geven wij u een aantal positiever uitpakkende opties in overweging zoals een financieel betere uitbating van de horecafunctie van
De Bolder, het opstellen van méér wasmachines en drogers c.q. centrifuges op het kampeerterrein
(winstgevend), zonodig de inzet van kampeerders bij terreinonderhoud, het beperken van het gebruik van de warm-waterdouches (inclusief weer zoals vroeger koude douches in de buurt van het strand) en misschien zelfs een prijsverhoging als dat nodig is (als Stortemelk het kampeerterrein blijft dat zij altijd was).
Om geen misverstand te laten bestaan: kampeerders van Stortemelk zijn níet tegen iedere kwaliteitsverbetering op het kampeerterrein. Maar dat zou veel kleinschaliger moeten gebeuren dan waarvan de plannen nu uitgaan, passend bij het karakter van het kampeerterrein en het eiland.
Een mogelijk alternatief: waarom worden tenthuis-eigenaren niet ingeschakeld voor kwaliteitsverbetering en seizoensverlenging, door hen toe te staan dat hun accommodatie wordt verbeterd (vaste wanden, verwarming enz.) ?
De Vereniging is blij met de toezegging van het bestuur van de SRV om alsnog een grote, echt representatieve enquête te laten uitvoeren naar de wensen van de kampeergasten op Stortemelk en de waarden van het kampeerproduct Stortemelk, alsmede de toezegging om de Vereniging bij opzet en uitvoering van die enquête te betrekken.
2.
Tijdens de voorlichtingsavond hebt u aangegeven dat een andere belangrijke reden voor uitbreiding van het kampeerterrein met bungalows is het vergroten van draagvlak voor voorzieningen op Vlieland: het instandhouden van werkgelegen-heid, van educatieve en culturele voorzieningen, het oplossen van de tekorten van zwembad annex sporthal enz.
Wij vinden het vanzelfsprekend dat de Vlielander bevolking profiteert van de opbrengsten van recreatie en toerisme op het eiland: wij leveren graag ons aandeel daaraan.
Voor ons is het echter de vraag in hoeverre Vlieland als gemeenschap is gebaat bij de mogelijkheden die dit Herstructureringsplan geeft voor het economisch welvaren van enkele particuliere investeerders.
Het economisch effect van de plannen wordt (op blz.25 van het plan) nauwelijks gekwantificeerd of gekwalificeerd; de effecten voor de werkgelegenheid en de inkomsten van de middenstand zouden beter onderzocht moeten worden.
Wij hebben de indruk dat in ieder geval een deel van de middenstand (supermarkten, de horeca/snackbars) beter draaien op kampeergasten dan op bungalowgasten.
Zie ook punt 6. van onze brief over de vraag wat nieuwe bungalowbedden gaan betekenen voor de verhuur van bestaande recreatiewoningen op het eiland.
Waar het gaat om uw stellige uitspraken tijdens de voorlichtingsavond dat Defensie 55 banen gaat schrappen, en dat Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat zullen bezuinigingen op beheers- en onderhoudstaken op Vlieland hetgeen eveneens banen zou gaan kosten, beschikken wij over andere
informatie:
- Defensie is net het traject ingegaan om voor Vlieland een nieuwe milieuvergunning aan te vragen. Er is geen sprake van dat Defensie zou hebben besloten dan wel gaat besluiten op Vlieland 55 banen te schrappen (bron: de heer Sterk, Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen in Noord-Nederland van het ministerie van
Defensie);
- Ook bij Staatsbosbeheer is er geen sprake van bezuinigingen of het schrappen van arbeidsplaatsen. Als er al besloten zou worden om één formatieplaats niet in te vullen op het eiland, dan wordt het geld dat daarmee uitgespaard wordt op het eiland zelf besteed als beheers- en onderhoudsgeld (bron: de heer Visser, regiohoofd Staatsbosbeheer-Fryslân);
- Rijkswaterstaat, directie Noord-Nederland krijgt pas in oktober het bedrag van een eventuele taakstellende bezuiniging te horen van de Minister van Verkeer en Waterstaat. Pas daarna worden er besluiten genomen hoe een bezuiniging zal worden ingevuld; op dit moment is er geen sprake van het schrappen van arbeidsplaatsen (bron: mevrouw Hof, afdeling communicatie, directie Noord-Nederland van Rijkswaterstaat).
Overigens: als er werkgelegenheid weg zou vallen is het voor ons de vraag of die 1:1 vervangen kan worden door werkgelegenheid op het gebied van bijvoorbeeld onderhoud en schoonmaak van bungalows.
Is het misschien werkgelegenheid die van de vastewal moet komen, met de nodige gevolgen voor huisvesting op het eiland
enz.?
Terwijl de opzet van het Herstructureringsplan kennelijk óók is om de tekorten van het zwembad annex sporthal te dekken, vinden wij dat het voor de SRV de eerste verantwoordelijkheid is het kampeerterrein weer exploitabel te maken, dit gelet op de statuten zoals die gelden voor de SRV.
3.
Waarom richt SRV zich op bungalowgasten als een grote, nieuwe doelgroep, en wat gaat de bouw van een grootschalig bungalowpark voor de identiteit van Vlieland, de cultuur van het eiland betekenen? Hoofdstuk 6 van het plan (uitstralingseffecten) zegt daar niets over.
Schiermonnikoog heeft onlangs een duidelijk andere (negatieve) keuze gemaakt over de bouw van bungalows met als doel het zwembad rendabel te maken.
Wij wijzen op blz.5 van het Herstructureringsplan waar staat: 'niet méér van hetzelfde'. En op blz.27 formuleert het plan als doel het ontwikkelen van een eigen identiteit, herkenbaarheid op het eiland.
Wij zijn van mening dat die identiteit er nu juist ís op Vlieland: de natuur, de betrekkelijke rust, eenvoud van voorzieningen, kleinschaligheid enz.
Bungalowparken staan al overal elders, zijn vaak niet rendabel, en op de seniorenmarkt richt iedereen zich al. Dát is juist méér van hetzelfde !
Ieder bedrijf dat op de markt opereert, moet weten wat haar eigen, specifieke doelgroep is dan wel kan worden.
In het Beheersplan Rijksgronden Vlieland van Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat (vastgesteld, mei 1999) wordt genoemd dat 86% van de gasten van Vlieland komt voor de natuur, de rust en de betrekkelijke kleinschaligheid van het eiland.
Wij hebben de indruk dat niet goed nagedacht is over de gevolgen van de plannen voor deze waarden. Voor ons is ook de vraag of het een goed uitgangspunt is om te werken met kengetallen en gemiddelden zoals die voor (80) andere kampeerterreinen en campings in Nederland gelden. Het lijkt ons
markt-technisch gezien een betere benadering zich te onderscheiden met eigen sterke punten, en niet te willen zijn wat anderen óók zijn.
Tenslotte de vraag waaraan op termijn verder nog behoefte zal zijn als het gaat om voorzieningen voor het type kapitaalkrachtige bungalowgast waarop het plan mikt: nieuwe infrastructuur, bowlingbanen, een golfbaan, een casino, een extra veerboot voor Rederij Doeksen? Uit het Herstructureringsplan blijkt niet dat hierover is nagedacht.
Te vrezen valt dat steeds méér en grootschaliger voorzieningen nodig zullen zijn op Vlieland. Het zal u duidelijk zijn: wij zijn daar geen voorstanders van, en voelen ons in die mening gesteund door de reacties die wij hebben gekregen van de mensen met wie wij de afgelopen weken hebben
gesproken.
4.
Als het gaat om de publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden voor de bouw van een grootschalig bungalowpark op Vlieland gelden de volgende kaders, en die zijn behoorlijk
beperkend:
- de concept-structuurvisie van de gemeente Vlieland staat geen seizoensverlening voor, dit vanwege de druk op de natuur
- het Beheersplan Rijksgronden Vlieland wijst erop dat het ministerie van LNV geen nieuwvestiging van verblijfsrecreatieve accommodaties wil, en signaleert een tendens naar stabilisatie van de vraag naar verhuurde recreatiewoningen. Staatsbosbeheer ondersteunt volgens dit plan een mogelijke verplaatsing van 30/40 (Posthuis)bedden van west naar oost, en zet zich in voor het behoud van het karakteristieke kampeerproduct op Vlieland (Stortemelk en Lange Paal), met waar mogelijk uitbreiding van mogelijkheden voor natuurkamperen op Stortemelk! Bijgevoegd is een brief van Staatsbosbeheer van 10 augustus jl. waarin zij duidelijk maakt dat zij nieuwe ontwikkelingen op Vlieland tot het minimum wil beperken (in de brief wordt gesproken over ruimte voor de 30/40 zgn. 'Posthuis-bedden'), en dat Staatsbosbeheer pas wil meewerken aan het vinden van oplossingen als onomstotelijk wordt aangetoond dat het kampeerterrein op de huidige wijze niet meer verder kan worden geëxploiteerd;
- gelet op het Streekplan-1994, de Nota Strategisch Groeibeleid van de provincie Fryslân en de politieke discussie terzake, zijn nieuwvestiging van grootschalige bungalowparken niet langer toegestaan. Er wordt in het Herstructureringsplan gesteld dat Vlieland nog met 489 bedden zou mogen uitbreiden. Hoe ‘hard’ is dat aantal, gelet op de uitbreidingen die er op Vlieland zijn geweest de afgelopen jaren? Hoe zit het bijvoorbeeld met onlangs nieuwgebouwde appartementen in het dorp?
Deze vragen hebben naar onze mening gevolgen voor de accommodatie-vergelijking in het plan (paragraaf 1.3., blz.3). Het is tenslotte voor ons de vraag hoeveel
kampeerterrein Stortemelk van de beddencapaciteit kan incasseren.
U stelde op 11 augustus jl. tijdens de informatieavond dat minder dan 120 wooneenheden c.q. 90 gebouwen niet mogelijk zijn omdat er al in het 3e jaar winst gemaakt moet worden (bij 60 / 70 huizen zou er pas in het 8e of 9e jaar winst gemaakt worden en daarvoor zouden volgens u geen financiers te vinden zijn).
Wij vinden dat in de eerste plaats een financieel argument en veel minder een planologisch argument.
5.
Over hoofdstuk 5. van het Herstructureringsplan (financiële consequenties) en over paragraaf 6.2. (economische effecten):
Wij hebben twijfels over de financiële haalbaarheid van het
bungalowplan:
- uitgaan van een gerealiseerde bezettingsgraad van 35 verhuurde weken per jaar voor alle bungalows is erg hoog. Als er 5 weken per jaar minder verhuurd wordt draait alles permanent met
verlies;
- het plan gaat bij de berekening van de financiële opbrengsten uit van de maximale bezetting van 5 bedden per bungalow. Gelet op cijfers over de gemiddelde bezettingsgraad van bungalowparken, en gelet op de seniorenmarkt waar het plan zich op richt, lijkt dit te
rooskleurig;
- bij deze 35 weken steekt trouwens de genoemde bezettingsgraad voor kampeerterrein Stortemelk (8 weken) wel erg schril af: wordt er naar het gewenste doel toegerekend?
- waar het gaat om de kosten van de nieuwe exploitatie (paragraaf 5.3.2.): wij kunnen niet terugvinden de kosten van het afvoeren van het afval van de bungalows naar de vastewal: erg duur vanaf een
eiland.
-
De geschatte 12 miljoen gulden aan directe economische effecten van de herstructureringsplannen voor Vlieland lijkt ons eveneens nogal zwaar aangezet.
Als er inderdaad 140.000 overnachtingen (extra) komen door de bungalows en als er f 40,- per dag wordt besteed, brengt dat f 5.600.000,- omzet mee op het eiland (niet alleen op Stortemelk). Echter: f 950.000,- daarvan is al in de
Stortemelk-exploitatiebegroting meegenomen als horeca-inkomen (bungalow-deel: 20,4% van verhuuropbrengst). Dat is dus een dubbeltelling.
De bestedingen ‘logies’ worden op 6 miljoen gulden geschat. Daarvan komt 4,6 miljoen gulden binnen aan bungalowhuur. Waar komt de rest vandaan? Deze rest is ruim f 300,- per
eenheid/week. Dat lijkt erg veel om aan (extra te innen) schoonmaakkosten en linnengoed te besteden.
6.
Wij vragen ons af wat nieuwe bungalowbedden gaan betekenen voor de verhuur van bestaande recreatiewoningen op het eiland.
Het herstructureringsplan doet op blz.25 de aanname dat dat mee zal vallen, maar zegt tevens dat nader onderzoek naar de economische effecten wenselijk is.
Gewezen is al op het Beheersplan Rijksgronden Vlieland waarin een stabilisatie in de vraag naar verhuurde recreatiewoningen wordt gemeld. En er zijn (negatieve) ervaringsfeiten, bijvoorbeeld op Ameland, waar de locale bevolking (die recreatiewoningen en appartementen verhuurde) schade heeft ondervonden van nieuw-gebouwde appartementen-complexen.
Wij wijzen erop dat bij eigenaren van recreatiewoningen op Duinkersoord en de Ankerplaats (die op onze handtekeningenlijst hebben mee-getekend) kennelijk angst bestaat voor de effecten van een nieuw bungalowpark op Vlieland.
In dit verband nog een vraag: blz.4 van het plan stelt dat veel van de zomerhuizen in handen zijn van particulieren en nauwelijks tot de toeristische markt kunnen worden gerekend. Is dat feitelijk juist? Wij weten dat in ieder geval een aantal particuliere eigenaren verhuurt, zonder tussenkomst van de
VVV.
7.
Wij vragen ons af hoe de financieel-juridische vorm van de nieuwe onderneming eruit zal zien. Dat wordt in het plan niet duidelijk gemaakt.
U hebt op 11 augustus jl. aangegeven dat het de bedoeling is de stichting te laten bestaan t.b.v. het kampeerterrein, en dat er een BV onder de stichting komt ten behoeve van de exploitatie van het bungalowpark en het zwembad. Tevens zullen bestuursleden van de stichting volgens uw mededeling gaan deelnemen in de BV, die op dit moment in oprichting is.
De financieel-juridische verhouding tussen kampeerterrein Stortemelk, het bungalowpark en het zwembad is ons vooralsnog niet helder. Wordt de SRV enig aandeelhouder van de BV? Wat gebeurt er als ook dit bungalowpark op den duur niet rendabel exploitabel is? Wordt er dan opnieuw verkocht in de particuliere onroerend goed-markt? Komt het kampeerterrein dan alsnog in gevaar? En wat als het juist goed zou gaan met de exploitatie van de bungalows: zal de verleiding dan toch niet groot worden méér nieuwe bungalows te gaan bouwen, opnieuw ten koste van kampeerbedden?
In ieder geval zou volgens ons de economische waarde van de 600 bedden die volgens de plannen van het kampeerterrein worden overgeheveld naar het bungalowpark, moeten worden gekapitaliseerd, en zou de opbrengst daarvan (jaarlijks) naar het kampeerterrein c.q. de stichting moeten
terugvloeien.
8.
Over de beoogde ‘groene profilering’ van het nieuwe Stortemelk:
Wij zijn voorstander van ecologisch verantwoorde oplossingen, maar vinden een en ander duidelijk nog onvoldoende uitgewerkt. Ten aanzien van de volgende punten zouden wij graag een nadere toelichting
ontvangen:
- Bio-ecologisch en duurzaam bouwen / duurzame milieuvriendelijke materialen
- In landschap en natuur ingepast
- Actieve en passieve vormen van zonne- en windenergie
- Helofytenfilter en grijswatercircuit
Wat verstaat de SRV hier precies onder?
Zijn dit concrete voornemens of slechts overwegingen?
Dit is meestal duurder: zijn de meerkosten in de begroting opgenomen?
Wat doet de SRV (of de BV) als de investeringen hoger zijn?
Hoe geloofwaardig is dit als 40% bos verdwijnt?
Zijn windturbines toegestaan op Vlieland?
Hoe kan zonne-energie worden gewonnen in een bos? Bovendien: de gemeentelijke concept-structuurvisie is tamelijk negatief over opwekking van
zonne-energie.
9.
Nog enkele meer gedetailleerde vragen en opmerkingen:
- Wat zijn de gevolgen voor het waterverbruik op het eiland als er een groot deel van het jaar (veel) bungalowgasten op het eiland zouden zijn (die een ander
waterbehoefte-patroon hebben dan kampeerders). Moeten ten aanzien van een hoger waterverbruik compenserende maatregelen worden genomen?
- Is de in het plan gekozen plek voor bungalows, mede gelet op het probleem van het waterverbruik, wel de juiste? Hier staat relatief veel (nieuw) loofhout, dat minder water verbruikt dan
naaldhout;
- Is voor een plan als hier beoogd het opstellen van een Milieu Effect Rapport noodzakelijk? Gaat het hier om gebieden die onder de Vogel- en/of de Habitatrichtlijn vallen?
- Ons lijkt de oppervlakte voor 90 bebouwingseenheden (volgens uw mededeling op 11 augustus 3,6 ha binnen de planopzet van 9 ha, minus 20% oppervlak voor infrastructuur), d.w.z. ruim 300 m2 per gebouw, onvoldoende groot om mensen de nodige privacy te
gunnen;
- Is een bufferzone van 25 meter langs de Kampweg (blz.16), om geluid en visuele hinder te weren, planologisch gezien voldoende?
- Blz.16 van het plan zegt: 'de ruimtelijk centrale functie van de Bolder zal versterkt worden door een omarmende grondbeweging. Het natuurlijke talud hiervan is zitgelegenheid bij voorstellingen.' Betekent dit
duinverzet?
- Is de optie van strandhutten bij de duinovergang bij VerWeg een reële
optie? En wat zijn strandhutten precies? Zijn strandhutten hetzelfde als het ‘strandmotel’ zoals dat in de
concept-structuurvisie van de gemeente wordt genoemd?
10.
Tenslotte moet ons van het hart dat in het plan een aantal typeringen van Stortemelk-kampeerders onjuist en soms onheus zijn, en dat, waar het gaat om úw visie (op herstructurering van het kampeerterrein), u er blijk van geeft uw eigen kampeerders slecht te kennen. Het plan ademt teveel een sfeer van
kampeerders als tweederangs-gasten.
Enkele voorbeelden:
- blz. 5: kampeerders die minder besteden dan andere doelgroepen;
- blz.14: kampeerders die vanwege hun volstrekt andere eisen aan comfort enz. op het terrein fysiek gescheiden moeten worden van bungalowgasten;
- blz.26: bungalowgasten als milieubewuste kwaliteitstoeristen;
- blz.27: 'funkampeerders' die misbruik van het landschap maken, en
- blz.27: kampeerders die minder op kwaliteit, natuur en comfort zijn
gericht.
Wij gaan ervan uit dat u het plan op deze kwalificaties nog wilt laten 'kuisen'.
SAMENGEVAT:
De Vereniging Vrienden van Kampeerterrein Stortemelk Vlieland heeft teveel vragen en punten van kritiek om in te kunnen stemmen met het Herstructureringsplan van 31 juli jl. De redenen daarvoor zijn de
volgende:
- Niet aangetoond wordt dat het kampeerterrein als zodanig niet rendabel zou zijn te exploiteren
- Het argument dat gebruikt wordt voor de plannen, namelijk dat de werkgelegenheid op het eiland onder druk zou staan, is aantoonbaar
onjuist;
- Het karakter van Vlieland kan verloren gaan als er een groot bungalowpark wordt gebouwd, met alle voorzieningen die daar annex mee zijn. Vlieland kan vel beter insteken op de sterke eigen identiteit: de natuur, de betrekkelijke rust, kleinschaligheid
enz.
- Er zijn teveel twijfels en onduidelijkheden als het gaat om de financiële onderbouwing van het
bungalowplan;
- Niet is aangegeven wat de gevolgen zijn van een nieuw bungalowpark voor de verhuur van bestaande recreatiewoningen op het
eiland;
- Er zitten allerlei haken en ogen aan de voorgestelde financieel-juridische vorm van de nieuwe
onderneming;
- de beoogde ‘groene profilering’ van het nieuwe Stortemelk staat weliswaar in aanzet op papier maar is nog absoluut niet dóór-gerekend;
- Ook ecologisch gezien moeten de nodige kanttekeningen worden geplaatst bij het
bungalowplan, bijvoorbeeld als het gaat om toenemend waterverbruik.
Wij voelen ons in onze opvatting gesteund door de 2.387 mensen die de afgelopen weken een handtekening hebben gezet tégen de herstructureringsplannen voor Stortemelk, van wie 1.997 Stortemelk-kampeerders zijn, met een gemiddelde verblijfsduur van 14,55 jaar.
Wij vinden dat wij, ondanks de kritische vragen en opmerkingen, een constructieve bijdrage aan uw plannen hebben geleverd, en eveneens een aantal alternatieven hebben aangedragen.
Nogmaals: onze reactie heeft als achtergrond heeft onze grote betrokkenheid bij instandhouding van het kampeerterrein Stortemelk en het eiland Vlieland, alsmede onze bezorgdheid over de gevolgen van de herstructureringsplannen daarvoor.
Wij willen als vereniging van kampeerders graag een geformaliseerde plaats in het verdere besluitvormingsgtraject rond de plannen. Wat dat betreft zijn wij blij met uw toezegging om met de Vereniging om tafel te willen zitten, en ontwikkelingen m.b.t. het kampeerterrein te willen bespreken. Een eerste gesprek daarover heeft intussen plaatsgevonden.
Wij zouden graag zien dat alvorens de herstructureringsplannen definitief worden gepresenteerd, met ons eerst nog wordt gesproken over onze reactie.
Namens de Vereniging Vrienden van Kampeerterrein Stortemelk Vlieland,
Anita Andriesen, voorzitter
Han van Dam en Gonnie du Gardijn, secretaris
c.c.
- de heer E. Wackers, directeur
- de leden van de gemeenteraad van Vlieland
- Staatsbosbeheer
- het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
- de provincie Fryslân